De eerste twee weken gebeurt er waarschijnlijk niks.
U meet uw bloeddruk. Nog steeds 150-iets. En u denkt: hier gaan we weer.
Maar dan, week drie, ziet u iets raars.
Uw metingen zijn... stabiel. Maandag: 145. Dinsdag: 144. Woensdag: 146. Donderdag: 145.
Vier dagen achter elkaar. Binnen twee punten van elkaar.
En u denkt: wanneer was dit voor het laatst?
U wordt onbewust kalmer en langzaam weer uzelf.
Week vier tot zes: De metingen beginnen te dalen.
Niet dramatisch. Geen 150 naar 120 in een week. Maar geleidelijk. Van 145 gemiddeld naar 138. Dan naar 134.
U leeft niet meer gespannen, u bent uzelf weer en gaat rustiger door het leven. Geen onzekerheid meer.
Jan S. (58, Rotterdam) vertelt: "Na drie weken zag ik al dat mijn metingen stabieler waren. Rond de 145, elke dag. Na zes weken stond het op 132. Ik had in jaren niet zulke cijfers gezien."
Waarom werkt het relatief snel?
Omdat uw bloedvaten eindelijk krijgen wat ze al die tijd hebben gemist. Bescherming tegen oxidatieve schade.
En omdat SAC een hoge biologische beschikbaarheid heeft, bereikt het binnen dagen uw vaatwanden en begint het te werken.
Het is alsof een uitgehongerde plant eindelijk water krijgt – de verbetering is merkbaar omdat het tekort zo groot was.